Sinds 1 april fiets ik weer. Geen grap

 


Sinds 1 april kan ik weer fietsen. Ja, geen grap.

Sinds 1 april kan ik weer fietsen. Ja, geen grap.

En eerlijk is eerlijk: dat voelde meteen weer goed.
Gewoon weer buiten.
Geen file.
Geen gedoe.
Geen TomTom die weer eens rood uitslaat bij de Beneluxtunnel.

Maar gewoon opstappen en rijden.

Bekijk mijn avonturen ook op YouTube
Wil je niet alleen lezen, maar ook meerijden? Op mijn kanaal The Pedelec Rider deel ik filmpjes van mijn ritten: mooie ochtenden, bijzondere ontmoetingen, verkeersmomenten en natuurlijk alles wat je onderweg op een speed-pedelec zomaar tegenkomt.

En wat hadden we een heerlijke maand om weer te beginnen.
’s Morgens was het soms nog fris, zo’n 3 tot 5 graden, maar ’s middags liep de temperatuur regelmatig op naar 17, 20 en soms zelfs 22 graden. Dan vertrek je bijna met winterhanden en kom je terug alsof de zomer alvast even kwam proefrijden.

De eerste maand fietsen zit er inmiddels alweer op.
En jawel: 1800 kilometer gereden.

Niet slecht voor iemand die vier maanden verplicht aan de zijlijn heeft gestaan.

Al moet ik erbij zeggen: mijn hoofd was er direct klaar voor… mijn benen iets minder.

Na vier maanden verplichte rust merk je toch dat je lijf niet zomaar doet alsof er niks gebeurd is. En dat voelde ik. Niet dramatisch hoor, maar wel duidelijk. Want zo’n rit naar de Biesbosch is niet alleen een kwestie van een beetje rondtrappen.

Op mijn route zitten ongeveer zestig bochten. En dat betekent dus ook: zestig keer afremmen en weer optrekken. Dan kom je er vanzelf achter dat een speed-pedelec heerlijk rijdt, maar dat je benen daar toch gewoon een mening over hebben.

En toch zat er ook meteen iets heel moois in die eerste weken terug op de fiets.

Want als ik nu, na een paar weken, naar mijn ritgegevens kijk, zie ik eigenlijk iets waar ik best blij van word: de oude conditie komt verrassend snel alweer terug.

De eerste ritten waren nog duidelijk inkomen. Logisch ook. Maar inmiddels zit mijn gemiddelde snelheid alweer regelmatig rond de 35 tot 36 kilometer per uur. Vergeleken met dezelfde periode vorig jaar ben ik nog niet helemaal terug op het oude niveau, maar het verschil is kleiner dan je na vier maanden stilstand zou verwachten.

Mijn snelheid ligt nog iets lager en mijn hartslag nog wat hoger, wat laat zien dat mijn lijf er nog net wat harder voor moet werken. Maar juist daarom is het zo mooi om te zien hoe snel dat herstel gaat.

Met andere woorden: de basis was blijkbaar niet weg.
Die lag gewoon vier maanden onder een stofhoes.

Dat voelt eerlijk gezegd als een hele opluchting.

Toch was het mooiste misschien nog wel alles wat ik onderweg weer terugzag.

De hazen in de polder. Die had ik echt gemist.

En ook de natuur zelf staat inmiddels alweer vol in het voorjaar. Onderweg zie je dat misschien nog wel beter dan waar dan ook. Het frisse groen langs de weg, vogels die het ineens weer druk hebben, het licht dat anders wordt, de lucht die zachter aanvoelt — de natuur heeft het voorjaar duidelijk in de bol.

Dat is precies het verschil tussen auto en fiets.

Met de auto ga je naar je werk.
Met de fiets bén je onderweg.

Je ziet meer.
Je voelt meer.
Je maakt het mee.

In de auto zit je vooral naar achterlichten, borden en files te kijken. Op de Stromer zie je hazen rennen, hoor je vogels, voel je de wind en merk je pas echt dat het seizoen aan het veranderen is.

En ja, mijn benen protesteerden een beetje.

Maar eerlijk gezegd vond ik dat bijna nog wel mooi ook.

Want dat betekende maar één ding:
ik was weer onderweg.

Na maanden wachten, regelen, balen en noodgedwongen met de auto rijden, mocht de Stromer eindelijk weer doen waar hij voor bedoeld is.

Rijden.

En het mooiste is misschien wel:
mijn benen zijn alweer hard op weg om weer net zo overtuigd te raken als mijn hoofd.

Km stand:28051 km







Reacties

Populaire posts van deze blog

Tussenstop in mei – een korte terugblik

Augustus – Van Monster tot aan de Melkweg?

🚴‍♂️ Juni stil, juli weer in het zadel!